Terug naar de Startpagina           geneaservice.nl

Bossche Schepenzegels       EY t/m GE

Mogelijk meer details in Taxandria 1900 blz. 205

157. Jonker Gerard van EYCK. Bij de dood van de presidentschepen jonker Mr. Gerard van Vladeracken in 1477 kwam hij in de schepenstoel en nog eens in het jaar 1487. Van Eyck was een zoon van Gerard bij Oda van Munsel en is door de echt verbonden geweest met Maria de Borchgrave. Behalve deze had hij nog een zoon Govaart die met Mathilda Hals gehuwd was en bij haar vader van Rudolf van Eyck, heer van Blaartbem, Zeelst en Veldhoven, wiens zegel volgt onder 159

158. Jonker Hendrik van EYCK, schepen in 1530, zoon van Gerard (zie nr. 157)

159. Jonker Roelof (Rudolf) van EYCK, heer van Blaarthem, Zeelst en Veldhoven. Hij heeft ruim een halve eeuw deel aan het bestuur genomen en werd tot schepen benoemd in 1536, 1542, 1543, 1546, 1549, 1552, 1553, 1556, 1570, 1571, 1572 en 1573. Hij was gehuwd met Heilwich van Berckel, overleden 30 October 1590. Als lid der Lieve-Vrouwe-broederschap verwisselde hij het tijdelijke voor het eeuwige 7 Maart 1580

160. Jonker Jasper van EYCK, tot de schepenstoel geroepen in de jaren 1563 en 1564. Hij was lid van de Lieve-Vrouwe-broederschap en stierf in 1566. Zijne weduwe, Barbara van den Staedeacke wordt nog in 1584 vermeld

161. Hendrik EYCKMANS, schepen in 1493 en 1517

162. Jonker Adriaan van EYNDHOUTS. Hij kreeg zitting in de schepenstoel in 1529, 1530, 1533, 1539, 1543, 1544, 1547 en 1552, terwijl hij van October 1549 tot die maand van 1552 als stadsrent-meester optreedt. Zijn echtgenote, Angela Sampsons, stichtte in 1546 met anderen een fundatie voor het waslicht in den metalen tuin voor het H. Sacrament in de St. Janskerk. Zij stierf 16 Februari 1572 na, haar man bijna twintig jaren overleefd te hebben, daar deze 22 Juli 1553 kwam te overlijden. Beiden werden in de St. Janskerk begraven, onder een zerk met hun wapen en zijn kwartieren. De Lieve-Vrouwe-broederschap telde van Eyndhouts onder haar leden

163. Jonker Hendrik van EYNDHOUTS, schepen benoemd in 1535, 1538, 1545, 1550, 1551, 1554, 1557, 1560, 1561, 1564, 1565, 1574 en 1575. Van October 1547 tot die maand van het jaar 1549 wordt hij als stedelijk rentmeester vermeld. Tijdens de godsdienst-troebelen nam de stad op 11 April 1567 vier honderd rustbewaarders aan onder vier hoofdlieden, tot welke "overste-kapitein" van Eyndhouts werd gesteld. Hij was Zwanenbroeder der Lieve-Vrouwe-broederschap en stierf in Maart 1576

164. Mr. Reinier EVERSWIJN, schepen in 1578. Bij de mislukte oogst van 1556 werd hij met Jan van Tongeren door het bestuur in Februari van het volgende jaar naar Amsterdam gezonden om voor de stad granen te kopen. Hij was een der hoofdleiders van de nieuwsgezinden bij de godsdienst-troebelen in 1566 en 1567. Het consistorie hield in Juni van het eerstgemeld jaar de eerste vergadering te zijnen huize. Hij wordt dan oud-advokaat bij den raad van Brabant genoemd. Bij het herstel der orde in 1567 week hij uit naar de stad Breda waar hij zich vestigde. De commissie belast met het onderzoek naar de voorgevallen beroerten te 's-Hertogenbosch plaatste zijn naam bovenaan de lijst der schuldigen. Hij stond bij het Spaans bestuur zo slecht aangeschreven, dat hij de enige Bossche poorter was welke bij het generaal pardon van 1574 werd uitgesloten. Na de dood van de landvoogd de Requesens kreeg 's lands regering echter een geheel ander aanzien, het Spaansche krijgsvolk verliet ons land en de prins van Oranje werd 22 October 1577 tot ruwaard (rustbewaarder) van Brabant gekozen. De drie leden (schepenen, gezworene, raden en deken der ambachten) van het bestuur verkozen hem mede, voor zoveel den Bosch aanging tot ruwaard. Everswijn achtte toen de tijd gekomen zich weer binnen de stad te vestigen, waar de consistoriemannen, gesteund door het Schermersgild, op drieste wijze het hoofd opstaken en in Mr. Reinier een heftig medestander vonden. Hij kwam zelf het volgende jaar in den schepenstoel en stierf 28 Juni 1579. De volgende was zijn zoon (zie 165)

165. Mr. David EVERSWIJN, schepen in 1597, 1600, 1604, 1605, 1606 en 1609, welke drie laatste jaren hij de presidentszetel bezette. Hij werd in 1596 kapitein der schutterij van de jongen voetboog. Hij stierf in 1610

166. Jan van GEMERT, schepen in 1361 en 1368

167. Edmond van GEMERT, schepen benoemd in 1385

168. Hubert van GEMERT. Hij was gehuwd met Margaretha Heym en zag zich in de jaren 1390, 1397, 1401 en 1418 tot de schepenstoel geroepen


Vorige      Volgende

Terug naar de Startpagina
© R.Kuijsten 2002